Biografie en bibliografie Louis Paul Boon

Je moet de mensen een geweten schoppen

Beginjaren

portret: Louis Paul Boon Louis Paul Boon (1912-1979) werd geboren in Aalst.
Hij werd opgeleid tot autoschilder en moest met name in de oorlogsjaren met dat werk in zijn levensonderhoud voorzien. In de oorlog werd zijn eerste roman gepubliceerd, De voorstad groeit (1942). Mede op voorspraak van Willem Elsschot ontving hij voor dit boek de Leo J. Krynprijs. In Boon's werk spelen een antikerkelijke houding, open seksualiteit en sterk linkse politieke opvattingen een belangrijke rol. Aanvankelijk werd Boon's werk dan ook niet goed ontvangen in het conservatieve Vlaanderen, zodat hij na Mijn kleine oorlog (1946) geen boeken meer bij Manteau publiceerde; hij stapte over naar De Arbeiderspers in Nederland. Bij deze uitgeverij publiceerde hij meesterwerken als de tweedelige roman De Kapellekensbaan (1953) en Zomer te Ter-Muren (1956). In deze sociale dubbelroman zien we zijn ontwikkeling van communist naar socialist terug. In 1955 verschijnen Menuet, waarin een verhaal vanuit het perspectief van drie verschillende personen wordt bekeken, en Wapenbroeders, een moderne bewerking van de Reintje de Vosverhalen.

Historische romans

In 1957 publiceert Boon De bende van Jan de Lichte, dat in 1961 met De zoon van Jan de Lichte een vervolg krijgt. Deze behoren tot zijn historische romans, waarop in de jaren zeventig de nadruk komt te liggen. Zo schrijft Boon veel over de geschiedenis van Aalst en omgeving: Pieter Daens (1971), De zwarte hand (1976) en Het jaar 1901 (1977). Posthuum verschijnt Het geuzenboek (1979), waarin Boon de strijd der geuzen tegen de Spaanse overheersing van de Nederlanden beschrijft. Opvallend is dat Boon bij voorkeur van authentiek bronnenmateriaal uitging bij het schrijven van zijn historische romans.
De paradijsvogel (1958) is een boek dat een aparte plaats inneemt in Boon's oeuvre. Het is symbolisch verhaal waarin het ontstaan van de godsdienst als een ontkenning van seksuele gevoelens wordt beschreven.

Overig proza

Overig proza vinden we in cursiefjes die hij in Vooruit schreef, gebundeld in Dorp in Vlaanderen (1966), Wat een leven! (1967) en 90 Mensen (1970). Daarnaast schreef hij sprookjes als Blauwbaardje in Wonderland en andere grimmige sprookjes voor verdorven kinderen (1962).

PoŽzie en prijzen

Op poŽzie ligt niet de nadruk in Boon's oeuvre, maar bijzonder is De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat (1956). Het is een lang gedicht dat hij schreef naar aanleiding van een krantenbericht over de lustmoord op een jong meisje. Hij ontving hiervoor de HenriŽtte Roland Holstprijs. In 1967 ontving Boon bovendien de Constantijn Huygensprijs voor zijn totale oeuvre, waarna ook in BelgiŽ zijn werk meer erkenning vond. In 1971 werd aan Boon de Driejaarlijkse Staatsprijs van BelgiŽ toegekend.

Na zijn dood bleef Boon zeer gelezen. Ook werden nog enkele werken uitgegeven, zoals de Fenomenale Feminatheek (2004), een keuze uit de grote verzameling damesplaatjes van de schrijver.

Links

Louis Paul Boon Genootschap
Louis Paul Boon Studiecentrum
DBNL
Wikipedia


Bibliografie Louis Paul Boon

De voorstad groeit (1942)
Het brood onzer tranen (1939)
Abel Gholaerts (1944)
Vergeten straat (1944)
Mijn kleine oorlog (1946)
Boontje's Uitleenbibliotheek (1949)
Boontjes twee spoken (1952)
De Kapellekensbaan (1953)
Boontje's reservaat 1 (1954)
Boontje's reservaat 2 (1955)
Menuet (1955)
Wapenbroeders (1955)
De wijnkelder van Frankrijk (1955)
Boontje's reservaat 3 (1955)
Zomer te Ter-Muren (1956)
De kastelen van Frankrijk (1956)
De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat (1956)
Niets gaat ten onder (1956)
Boontje's reservaat 4 (1956)
De bende van Jan de Lichte (1957)
Boontje's reservaat 5 (1957)
Zwerftocht doorheen de Italiaanse paleizen (1957)
Grimmige sprookjes voor verdorven kinderen (1957)
De paradijsvogel (1958)
Koninginnen met kronen van karton (1958)
Duitsland van nu gisteren nog puin en vandaag reeds fortuinen (1958)
Het leven der multimiljardairs (1958)
Vaarwel krokodil of de prijslijst van het geluk (1959)
Gustaaf Vermeersch (1960)
Op zoek naar de nozems (1960)
De liefde van Annie Mols (1960)
De zoon van Jan de Lichte (1961)
Reportages (1961)
Blauwbaardje in Wonderland en andere grimmige sprookjes voor verdorven kinderen (1962)
Dag aan dag (1963)
Het nieuwe onkruid (1964)
Reservaat; Boontjes verzamelde reservaten (1965)
Het ontstaan van de socialistische toneelbond te Aalst 1890 - 1903 (1965)
Dorp in Vlaanderen (1966)
Geniaal... maar met te korte beentjes (1967)
Kleine omnibus (1967)
Wat een leven! (1967)
3 Mensen tussen muren (geschreven 1942, uitgegeven 1969)
16 van Louis Paul Boon (1968)
De bom (1969)
3 Mensen tussen muren (geschreven 1942, uitgegeven 1969)
Over mijn boeken (1969)
Geniaal... Maar met te korte beentjes (tweede druk)(1969)
90 Mensen(1970)
Pieter Daens of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht(1971)
Mieke Maaike's obscene jeugd (1972)
Als het onkruid bloeit (1972)
Eten op zijn Vlaams (1972)
De meisjes van Jesses (1973)
Zomerdagdroom (1973)
Menuet en andere verhalen (1974)
Davids jonge dagen (1974)
Memoires van de heer Daegeman (1975)
Verscheurd jeugdportret (1975)
De zwarte hand of het anarchisme van de negentiende eeuw in het industriestadje Aalst (1976)
Het jaar 1901 (1977)
Het geuzenboek (1979)
De mummies (1979)
Verzamelde gedichten (1979)
Eros en de eenzame man (1980)